‘Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.’
Handelingen 2: 1-2
Hebt u wel eens een grote waterval gezien?
Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik er één zag. Het lawaai, het geweld van het water, het
schuim dat alle kanten op spat. Je voelt de kracht ervan bijna in je lichaam. Zoveel energie, zoveel
beweging. Het is indrukwekkend – maar ook een beetje overweldigend. Je kunt er eigenlijk maar een
tijdje naar kijken.
Maar als je een paar kilometer verder loopt, verandert het beeld. De rivier stroomt daar rustig verder.
Minder lawaai. Minder schuim. Minder spektakel.
En toch is het hetzelfde water.
Sterker nog: juist dat rustige water geeft leven. Het maakt het land vruchtbaar. Planten groeien erdoor, dieren drinken ervan, mensen kunnen ervan leven. Stel je voor hoe dor en droog het landschap zou zijn als die rivier er niet was.
Het zou vreemd zijn als iemand bij die rustige rivier zou zeggen: “Dit is geen echt water. Er is geen lawaai, geen schuim, geen spetters.” Dan zou je zeggen: je kijkt verkeerd. Je denkt dat water alleen
indrukwekkend is als het spectaculair is.
Dat beeld helpt mij vaak om aan Pinksteren te denken.
De eerste Pinksterdag lijkt namelijk op een waterval. Het is een indrukwekkend gebeuren. Er is een
geweldige windvlaag. Er zijn vlammen als van vuur. Mensen spreken ineens talen die ze nooit geleerd hebben.
Als je de christelijke feesten naast elkaar zet, is Pinksteren misschien wel het meest spectaculaire. Bij Kerst zien maar een paar herders iets bijzonders. Goede Vrijdag staat in het teken van lijden en dood. En Pasen gebeurt in stilte; niemand ziet het moment dat Jezus opstaat.
Maar met Pinksteren raakt een hele stad in beroering.
Toch is dat eigenlijk pas het begin.
Vanaf dat moment gaat de Geest werken in de wereld. In Jeruzalem, in Judea, in Samaria, en uiteindelijk tot aan de uiteinden van de aarde. Maar meestal ziet dat werk er minder spectaculair uit dan die eerste dag. Minder vuurwerk, minder lawaai.
Meer als een rivier.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar zelf soms mee geworsteld heb. Je leest over de kracht van de Geest en denkt: waarom zie ik daar zo weinig van?
In de gemeente van Korinte speelde precies die vraag. Daar gebeurde juist heel veel. Mensen begonnen te profeteren, anderen baden hardop in klanktaal. Het zorgde voor enthousiasme, maar ook voor verwarring.
En wat doet Paulus dan?
Je zou verwachten dat hij meteen over al die bijzondere gaven begint. Maar hij begint ergens anders. Hij zegt: als iemand zegt “Jezus is Heer”, dan is dat het werk van de Heilige Geest.
Dat klinkt misschien bijna te eenvoudig. Maar Paulus bedoelt: onderschat dit niet. Als iemand echt gaat belijden dat Jezus Heer is, dan is daar de Geest aan het werk.
Laat ik het persoonlijk maken.
Als ik eerlijk ben, merk ik hoe hardnekkig mijn eigen hart kan zijn. Hoe makkelijk ik leef alsof ik zelf de regie heb. Alsof ik zelf wel weet wat goed voor mij is.
Steeds opnieuw moet ik leren zeggen – en ook echt menen – dat Jezus mijn Heer is.
Dat Hij meer gezag heeft dan mijn eigen ideeën. Meer dan de stemmen van deze tijd. Meer dan mijn
eigen gemak.
Elke keer dat iemand, misschien aarzelend, toch zegt: “Jezus is mijn Heer”, gebeurt er iets groots.
Misschien niet zo spectaculair als de waterval van Pinksteren.
Maar wel net zo levend als de rivier die blijft stromen.
Dat is het stille, krachtige werk van de Geest: dat mensen leren zeggen – voor zichzelf, voor elkaar en voor de wereld: Jezus is Heer.
ds. Frits Slothouber
Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.’
Handelingen 2: 1-2
Hebt u wel eens een grote waterval gezien?
Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik er één zag. Het lawaai, het geweld van het water, het
schuim dat alle kanten op spat. Je voelt de kracht ervan bijna in je lichaam. Zoveel energie, zoveel
beweging. Het is indrukwekkend – maar ook een beetje overweldigend. Je kunt er eigenlijk maar een
tijdje naar kijken.
Maar als je een paar kilometer verder loopt, verandert het beeld. De rivier stroomt daar rustig verder.
Minder lawaai. Minder schuim. Minder spektakel.
En toch is het hetzelfde water.
Sterker nog: juist dat rustige water geeft leven. Het maakt het land vruchtbaar. Planten groeien erdoor, dieren drinken ervan, mensen kunnen ervan leven. Stel je voor hoe dor en droog het landschap zou zijn als die rivier er niet was.
Het zou vreemd zijn als iemand bij die rustige rivier zou zeggen: “Dit is geen echt water. Er is geen lawaai, geen schuim, geen spetters.” Dan zou je zeggen: je kijkt verkeerd. Je denkt dat water alleen
indrukwekkend is als het spectaculair is.
Dat beeld helpt mij vaak om aan Pinksteren te denken.
De eerste Pinksterdag lijkt namelijk op een waterval. Het is een indrukwekkend gebeuren. Er is een
geweldige windvlaag. Er zijn vlammen als van vuur. Mensen spreken ineens talen die ze nooit geleerd hebben.
Als je de christelijke feesten naast elkaar zet, is Pinksteren misschien wel het meest spectaculaire. Bij Kerst zien maar een paar herders iets bijzonders. Goede Vrijdag staat in het teken van lijden en dood. En Pasen gebeurt in stilte; niemand ziet het moment dat Jezus opstaat.
Maar met Pinksteren raakt een hele stad in beroering.
Toch is dat eigenlijk pas het begin.
Vanaf dat moment gaat de Geest werken in de wereld. In Jeruzalem, in Judea, in Samaria, en uiteindelijk tot aan de uiteinden van de aarde. Maar meestal ziet dat werk er minder spectaculair uit dan die eerste dag. Minder vuurwerk, minder lawaai.
Meer als een rivier.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar zelf soms mee geworsteld heb. Je leest over de kracht van de Geest en denkt: waarom zie ik daar zo weinig van?
In de gemeente van Korinte speelde precies die vraag. Daar gebeurde juist heel veel. Mensen begonnen te profeteren, anderen baden hardop in klanktaal. Het zorgde voor enthousiasme, maar ook voor verwarring.
En wat doet Paulus dan?
Je zou verwachten dat hij meteen over al die bijzondere gaven begint. Maar hij begint ergens anders. Hij zegt: als iemand zegt “Jezus is Heer”, dan is dat het werk van de Heilige Geest.
Dat klinkt misschien bijna te eenvoudig. Maar Paulus bedoelt: onderschat dit niet. Als iemand echt gaat belijden dat Jezus Heer is, dan is daar de Geest aan het werk.
Laat ik het persoonlijk maken.
Als ik eerlijk ben, merk ik hoe hardnekkig mijn eigen hart kan zijn. Hoe makkelijk ik leef alsof ik zelf de regie heb. Alsof ik zelf wel weet wat goed voor mij is.
Steeds opnieuw moet ik leren zeggen – en ook echt menen – dat Jezus mijn Heer is.
Dat Hij meer gezag heeft dan mijn eigen ideeën. Meer dan de stemmen van deze tijd. Meer dan mijn
eigen gemak.
Elke keer dat iemand, misschien aarzelend, toch zegt: “Jezus is mijn Heer”, gebeurt er iets groots.
Misschien niet zo spectaculair als de waterval van Pinksteren.
Maar wel net zo levend als de rivier die blijft stromen.
Dat is het stille, krachtige werk van de Geest: dat mensen leren zeggen – voor zichzelf, voor elkaar en voor de wereld: Jezus is Heer.
ds. Frits Slothouber
