Pinksteren

Tussen Hemelvaart en Pinksteren

De dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren bruisen van verwachting. De Heere Jezus heeft de aarde zegenend verlaten, nadat Hij Zijn discipelen beloofde: U zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde (Hand. 1:8). We zullen de kracht van de Heilige Geest ontvangen. Hij wordt ons gegeven, zal over ons komen. Het is een gift van God Zelf. Het is Zijn Geest. Er is geen onzekerheid in de belofte die de Heere Jezus geeft. De Heilige Geest zal komen. Het is nodig dat Hij komt, juist met het oog op de komst van het Koninkrijk van God.

 De discipelen hebben Hem nodig, om de taak die de Heere Jezus hun gegeven heeft ook uit te voeren. Om een geloofwaardig getuige te zijn van Jezus Christus. U zult Mijn getuigen zijn. Het is een constatering van de Heere Jezus.

Wanneer je die kracht van de Heilige Geest ontvangt, zul je getuigen. Hij zet je aan het werk! Veel mensen voelen zich verlegen met deze opdracht. Ze denken bij getuige zijn alleen aan het spreken met anderen. Met anderen spreken over

Wie de Heere Jezus is en over wat Hij voor jou betekent maakt je kwetsbaar. Mensen zullen iets van je gaan vinden, je op een bepaalde manier beoordelen. En daar schrikken we voor terug. Maar getuige zijn van Jezus Christus omvat zo veel meer dan over Hem spreken. Het gaat misschien nog wel allereerst om ons doen. Om wat we in ons dagelijks leven zichtbaar maken. In onze omgang met anderen, op ons werk, onder onze vrienden. Kijk maar wat de wereld in Handelingen getuigt over de gemeente van Jezus Christus: Ziet hoe lief zij elkaar hebben! Daaraan herken je het werk van de Heilige Geest. Hij geeft het Evangelie niet alleen handen en voeten door onze woorden, maar ook door onze houding en daden. Dat zie je voor de overvloedige uitstorting van de Heilige Geest al in het leven van de discipelen. Johannes vertelt ons dat de Heere Jezus op hen blies en zei: ‘Ontvang de Heilige Geest.’ Dat dit geen lege woorden geweest zijn, zie je in drie dingen terug wanneer de discipelen na de Hemelvaart naar huis gaan. Ze blijven in Jeruzalem, ze volharden met elkaar in het gebed en ze loofden en dankten God.

Ze bleven in Jeruzalem. De stad die de Heere had uitgekozen om er te wonen. Waar de tempel stond en de offers werden gebracht. Dat was een plaats om God te ontmoeten en het centrum van het godsdienstige leven in Israël. Daar moesten de discipelen blijven, omdat de Heere juist daar Zijn Geest uit zou storten. Een zichtbare gebeurtenis, met duizenden getuigen. Voor ons is de Heilige Geest vaak een vaag iets, we belijden Hem als God, als een van de goddelijke personen, maar verder weten we niet goed wat we met Hem aan moeten. Maar Pinksteren laat geen ruimte voor vaagheid. De Heilige Geest maakt direct duidelijk dat Hij er is. Hij laat Zijn kracht zien. Geen spierkracht, maar de kracht van het Woord in de prediking van Petrus. Toch ging er aan dat woord van Petrus iets vooraf. Het volharden in het gebed! Dát gaat voor het Woord uit. De discipelen volharden met elkaar in het gebed. Neem dat ter harte en breng het in de praktijk. Volharden in het gebed.

Samen bidden om de komst van de Heilige Geest, om de vervulling van Gods beloften. Om een opwekking in kerkelijk Nederland. Samen bidden!  Ook dat is getuige zijn en hoort bij het oefenen van de christelijke gemeenschap. We zijn aan elkaar gegeven en kunnen elkaar niet missen. Ook in het gebed niet. Het derde wat we bij de discipelen terugzien is dat ze Heere loven en danken. Ze zingen de Heere de lof en ze danken Hem. Zingend getuigen ze van de God Die hen riep. Ze loven Zijn Naam, erkennen Hem in het openbaar als hun God en danken Hem voor de genade die Hij aan hen bewezen had.

De schroom die na de dood van de Heere Jezus hun leven bepaalde, is verdwenen. Ze willen niet langer verborgen zijn, maar bevinden zich de meeste tijd in de tempel. Daar aanbaden ze God, daar zingen ze Hem de lofzangen toe, daar danken ze Hem voor de genade die Hij aan ons mensen bewezen heeft. Blijven bidden, God loven en danken, gaat aan het spreken vooraf. Aan dat getuigenis kan iedereen zijn of haar steentje bijdragen. In de verwachting dat de Heere Zijn Geest overvloedig in onze gemeente uit zal storten. Zodat ook wij gezien worden door de omgeving. Omdat we opvallen door onze eensgezindheid, door onze onderlinge liefde, door ons volhardend gebed en door het hooghouden van de Naam van onze

God. En het belangrijkste misschien wel: door onze verwachting van de wederkomst van de Heere Jezus!

Waarom is Pinksteren vandaag de dag nog een belangrijk feest voor ons?  

1. De beloften die Jezus gaf, worden met Pinksteren vervuld. 

Jezus had gezegd dat het goed zou zijn als Hij terug zou gaan naar de Vader, ‘want als ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als ik weg ben, zal ik hem jullie zenden’ (Johannes 16:7). Met dat Jezus naar de hemel terugkeerde, verliet Hij de discipelen niet, ook al ervoeren ze dit wel zo. Hij wist dat, als Hij zelf niet terug zou keren naar de Vader, er geen ruimte zou zijn voor de Geest.  

2. Het Pinksterfeest was de start van de verspreiding van het evangelie.  

De discpelen hadden al de opdracht gekregen om het goede nieuws te verspreiden. ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. En hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Mattheüs 28:19-20)
Jezus beloofde zijn discipelen altijd bij hen te zijn – niet op een fysieke manier, maar door middel van zijn Heilige Geest.  

3. Pinksteren wijst vooruit naar een volmaakt herstel. 

Petrus legt op het Pinksterdag uit dat de uitstorting van de Heilige Geest het begin is van de vervulling van de profetie die in Joël wordt genoemd:  

“Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.” (Joël 2: 17-18)


Met de komst van de Heilige Geest brak er dus een nieuwe tijd aan. Aan de uitstorting van de Heilige Geest gaan een aantal dingen vooraf: het belijden van je zonden, een bekering van je leven. En daarnaast de erkenning dat Jezus Heer is over je leven.