December 2025
‘Kom op, broeder, zuster, ’t oog omhoog en hand in hand.
Wij gaan op des Konings roepstem naar ons huis en vaderland.
Over bergen en door dalen gaan wij naar die blijde zalen….’
Johannes de Heer: lied 232
Dat is nu gemeente zijn. In de Adventstijd, met Kerst, maar ook in 2026.
‘‘t Oog omhoog en hand in hand.’
Bij ‘t oog omhoog mag u denken aan elkaar steeds weer wijzen op de Here Jezus.
Help het elkaar onthouden:
Er is nooit een moment in de wereldgeschiedenis geweest waar Gods liefde meer
zichtbaar werd dan daar op die heuvel Golgotha, vlak bij Jeruzalem. De kruisdood
van Jezus op Golgotha en de opstanding van Jezus uit de dood, drie dagen later, is
de belangrijkste gebeurtenis van de wereldgeschiedenis. Als Jezus is wie Hij zegt dat
Hij is: Godzelf die mens geworden is, en als Zijn dood en opstanding werkelijk
betekenen wat de bijbel daar over zegt, dan is de enige manier om bevrijd te worden
van je eigen onrecht en gebrokenheid en de enige manier om perspectief te krijgen
die verder reikt dan dit leven, geloof in deze Jezus die uit onbaatzuchtige liefde
zichzelf gaf voor jou. Aan die zelfopofferende liefde is te zien dat het hart van Jezus
naar jou uitgaat. Hij nodigt je uit om je vertrouwen op Hem te stellen en je leven in
Zijn dienst te besteden. Je hoeft vooraf aan geen enkele voorwaarde te voldoen.
Het enige wat Hij vraagt is dat je komt en je overgeeft aan Zijn pure, echte liefde voor jou
persoonlijk!
Dat is ’t oog omhoog. Wijs elkaar op Jezus. Laat je verrassen door de Geest.
En bij hand in hand mag u er aan denken dat we sàmen op weg gaan.
Maar ook dat we die weg niet zonder elkaar willen gaan.
God heeft ons aan elkaar gegeven om elkaar vast te houden onderweg. Omdat je
samen omhoog hebt gekeken en ontdekt hebt dat je broeders en zusters van elkaar
bent, waarschijnlijk heel verschillend, maar wel één in Christus, als je dat ontdekt
hebt, dan wil je die weg ook alleen maar samen gaan. ‘‘t Oog omhoog, en hand in hand.’
Samen op weg gaan, dat is ons gebed.
De eindbestemming ligt vast. We zijn weliswaar niet onderweg naar het aardse Jeruzalem, maar wel naar het hemelse Jeruzalem. En tijdens onze levensweg daar naartoe komen we vaak genoeg dingen tegen waar we als een berg tegenop zien. Om met de woorden uit psalm 121 te zeggen: ‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?
Maar ook dan mag het antwoord hetzelfde zijn als in de psalm: mijn hulp is van de HERE! Net zoals God garant stond voor een veilige aankomst voor de pelgrims onderweg naar Jeruzalem, zo staat Hij ook garant voor de veilige aankomst in het nieuwe Jeruzalem.
Wat er ook gebeurt in je leven, God gaat met je mee. Naar het nieuw Jeruzalem.
Een gouden stad op een nieuwe aarde, onder een nieuwe hemel.
Hoe lang die reis zal zijn weten we niet. Maar één ding weten we, God zorgt.
Daar mogen we heel zeker van zijn. Ook in het nieuwe jaar. De onvoorwaardelijke
liefde van Jezus staat er garant voor. Een betere Gids voor onderweg kun je niet hebben.
Als er iemand is die met ons kan meevoelen dan Hij wel.
Ook Hij heeft ergens als een berg tegen op gezien.
Hij heeft gesmeekt tot Zijn Vader of het lijden waar Hij tegen op zag aan Hem voorbij mocht gaan.
Maar het mocht niet. Het kon niet. Hij moest het ondergaan:
‘mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten….’
Maar juist omdat Hij die Godverlatenheid ondergaan heeft, hoeven wij het nooit meer zonder Gods liefdevolle armen om ons heen te stellen. Dat belooft Hij! En
daar mogen wij op vertrouwen.
Vanuit die zekerheid mogen we samen het nieuwe jaar ingaan. Met elkaar, hand in
hand, ’t oog omhoog. Wat er ons onderweg zal overkomen weten we niet.
Maar een veilige aankomst, daar staat onze Heiland garant voor.
Om het nog maar eens met die regels uit Psalm 121 te zeggen:
‘De HEER behoedt je voor alle kwaad, Hij waakt over je leven, Hij houdt de wacht
over je gaan en je komen, van nu aan, tot in eeuwigheid.’
Dat is voor altijd!
ds. Frits Slothouber
September 2025
Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn van het ogenblik, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig. (2 Korinthe 4: 18 HSV )
Er zijn van die dingen die je kunt zien… en er zijn dingen die je niet kunt zien.
Dingen die je niet kunt zien? Ja, dat zijn de dingen waar het in de Bijbel over gaat.
Denk maar aan Abraham. Hij hoorde een stem in zijn leven. Die stem riep hem te gaan naar een land dat hij niet kon zien. Abraham ging omdat hij geloofde. Hij vertrouwde die stem. De Bijbel is Gods stem die tot ons komt. God roept ook ons naar een ‘land’ dat je niet kunt zien: De hemel. De heerlijkheid. Maar er is niks te zien van wat God belooft.
Eeuwig leven? Heerlijkheid in de toekomst. Dat kun je niet zien. Of toch wel?
Ja, kijk maar wat Paulus zegt: wij houden onze ogen gericht op de dingen die men niet ziet.
Hoe kun je nu kijken naar dingen die je niet ziet? Dat klinkt raadselachtig.
Maar dat is nu wat een gelovige doet. Zo sterk is dat wat God in Zijn Woord zegt dan voor je, dat je het gaat zien. Hoe sterker je gelooft, hoe meer je ziet van de dingen die niet te zien zijn.
Ja, waar ben je op gericht? Als we eerlijk zijn, bekennen we dat we toch wel erg gericht zijn op het hier en nu. Gericht op de dingen die zichtbaar zijn. Dat is dan ook de grootste bedreiging voor het geloof. Dat je meer gericht bent op de dingen van hier beneden dan op de dingen van daar boven. Dat maakt het geloven ook moeilijk.
De dingen van hier vertroebelen het zicht op de dingen van Gods Woord.
Gek eigenlijk, als je bedenkt welke dingen de meeste waarde hebben.
De dingen van hier, die wij vaak het belangrijkste vinden, zijn maar tijdelijke dingen.
Maar de dingen van straks, die God ons belooft, dat zijn de dingen die eeuwig zijn.
Alles hier… waar we vaak zo druk mee zijn, wat ons zoveel zorg en moeite kost… het is tijdelijk.
Alles daar… waar we zo aan voorbij leven, waar we vaak geen tijd voor nemen… het is eeuwig.
Let wel, Paulus schrijft dat uit eigen ervaring: Hij heeft nog niet zo lang geleden de dood in de ogen gezien. Hij had al gedacht dat zijn einde gekomen was en dat hij alles moest opgeven, een ervaring die hem niet in de kouwe kleren was gaan zitten,
Een heftige ervaring die diepe sporen in hem nagelaten heeft.
Maar juist toen heeft hij ook dat andere leren kennen: Die kracht – de kracht van de opstanding van Christus. Zo op die manier kan in ons sterfelijke mensen al iets zichtbaar worden van Christus,
Die straks bij de wederkomst zichzelf helemaal zal laten zien.
Mogen ook onze ogen geopend worden, steeds opnieuw, voor de eeuwige dingen.
Dan ga je ze zien. Dan ga je ook zien dat die dingen veel meer waarde hebben dan alles wat je hier maar kunt zien of hebben.
Wie zo gelooft, wordt nooit beschaamd, maar mag straks ten volle zien waar hij of zij op gehoopt heeft.
In de nacht van strijd en zorgen kijken wij naar U omhoog,
biddend om een nieuwe morgen, om een toekomst vol van hoop.
Ook al zijn er duizend vragen, al begrijpen wij U niet,
U blijft ons met liefde dragen, U die alles overziet.
U geeft een toekomst vol van hoop; dat heeft U aan ons beloofd.
Niemand anders, U alleen, leidt ons door dit leven heen.
(Sela: een toekomst vol van hoop)
ds. Frits Slothouber
Overdenking april 2024
‘Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Handelingen 1: 8
De periode na Pasen tot Hemelvaart en Pinksteren bruisen van verwachting.
Jezus heeft de aarde zegenend verlaten, nadat Hij Zijn discipelen beloofde:
We zullen de kracht van de Heilige Geest ontvangen.
Hij wordt ons gegeven, zal over ons komen. Het is een gift van God Zelf.
Het is Zijn Geest. Er is geen onzekerheid in de belofte die Jezus Christus ons geeft.
De Heilige Geest zal komen.
Het is nodig dat Hij komt, juist met het oog op de komst van het Koninkrijk van God.
De discipelen hebben Hem nodig, om de taak die Jezus hun gegeven heeft ook uit te voeren. Om een geloofwaardig getuige te zijn van Jezus Christus.
‘Jullie zullen Mijn getuigen zijn.’ Het is een constatering van Jezus.
Wanneer je die kracht van de Heilige Geest ontvangt, zul je getuigen. Hij zet je aan het werk! Veel mensen voelen zich verlegen met deze opdracht.
Ze denken bij getuige zijn alleen aan het spreken met anderen.
Met anderen spreken over wie Jezus is en over wat Hij voor jou betekent maakt je kwetsbaar. Mensen zullen iets van je gaan vinden, je op een bepaalde manier beoordelen.
En daar schrikken we voor terug. Maar getuige zijn van Jezus Christus omvat zo veel meer dan over Hem spreken. Het gaat misschien nog wel allereerst om ons doen.
Om wat we in ons dagelijks leven zichtbaar maken.
In onze omgang met anderen, op ons werk, onder onze vrienden.
Kijk maar wat de wereld in Handelingen getuigt over de gemeente van Jezus Christus:
‘Ze stonden in de gunst bij het hele volk.’
Daaraan herken je het werk van de Heilige Geest.
Hij geeft het Evangelie niet alleen handen en voeten door onze woorden,
maar ook door onze houding en daden.
Dat zie je voor de overvloedige uitstorting van de Heilige Geest al in het leven van de discipelen. Johannes vertelt ons dat Jezus op hen blies en zei: ‘Ontvang de Heilige Geest.’
Dat dit geen lege woorden geweest zijn, zie je in drie dingen terug wanneer de discipelen na de Hemelvaart naar huis gaan. Ze blijven in Jeruzalem, ze volharden met elkaar in het gebed en ze loofden en dankten God.
Ze bleven in Jeruzalem. De stad die de Heer had uitgekozen om er te wonen.
Waar de tempel stond en de offers werden gebracht. Dat was een plaats om God te ontmoeten en het centrum van het godsdienstige leven in Israël.
Daar moesten de discipelen blijven, omdat God juist daar Zijn Geest uit zou storten.
Een zichtbare gebeurtenis, met duizenden getuigen.
Voor ons is de Heilige Geest vaak een vaag iets, we belijden Hem als God,
als een van de Goddelijke personen, maar verder weten we niet goed wat we met Hem aan moeten. Maar Pinksteren laat geen ruimte voor vaagheid.
De Heilige Geest maakt direct duidelijk dat Hij er is. Hij laat Zijn kracht zien.
Geen spierkracht, maar de kracht van het Woord in de prediking van Petrus.
Toch ging er aan dat woord van Petrus iets vooraf. Het volharden, volhouden in het gebed! Dát gaat voor het Woord uit.
De discipelen volharden met elkaar in het gebed.
Neem dat ter harte en breng het in de praktijk. Volharden in het gebed.
Samen bidden om de komst van de Heilige Geest, om de vervulling van Gods beloften.
Om een opwekking in kerkelijk Nederland. Samen bidden!
Ook dat is getuige zijn en hoort bij het oefenen van de christelijke gemeenschap.
We zijn aan elkaar gegeven en kunnen elkaar niet missen. Ook in het gebed niet.
Het derde wat we bij de discipelen terugzien is dat ze Heer loven en danken.
Ze zingen God de lof en ze danken Hem. Zingend getuigen ze van Hem Die hen riep.
Ze loven Zijn Naam, erkennen Hem in het openbaar als hun Heer.
en danken Hem voor de genade die Hij aan hen bewezen had.
De terughoudendheid die na de dood van Jezus hun leven bepaalde, is verdwenen.
Ze willen niet langer verborgen zijn, maar bevinden zich de meeste tijd in de tempel.
Daar aanbaden ze God, daar zingen ze Hem de lofzangen toe,
daar danken ze Hem voor de genade die Hij aan ons mensen bewezen heeft.
Blijven bidden, God loven en danken, gaat aan het spreken vooraf.
Aan dat getuigenis kan iedereen zijn of haar steentje bijdragen.
In de verwachting dat God Zijn Geest overvloedig in onze gemeente uit zal storten.
Zodat ook wij gezien worden door de omgeving.
Omdat we opvallen door onze eensgezindheid, door onze onderlinge liefde,
door ons volhardend gebed en door het hooghouden van de Naam van onze God.
En het belangrijkste misschien wel: door onze verwachting van de wederkomst van Jezus Christus!
ds. Frits Slothouber
Ter Overdenking Lezingen: Johannes 1: 29 – 34 en Efeziërs 6: 10 – 17
Training!!! De Here Jezus komt bij de Jordaan bij Johannes de Doper en dan – want Jezus is God en mens – komt ook de Heilige Geest in Jezus…daar is de duif het symbool van. Na die bijzondere Pinksterdag na Christus opstanding mogen we weten dat iedereen die daar echt om vraagt Gods Geest mag ontvangen. In het hierboven 2e genoemde bijbel gedeelte gaat het over de wapenrusting van God. Half februari begint in het kerkelijk jaar weer de periode van de lijdensweken of ook wel genoemd de 40-dagen tijd, waarin we eerst en vooral de Heiland volgen op Zijn in de Schrift beschreven Via Dolorosa en wat die voor ons wil betekenen en verzegelen….. Zo gaan we ook in gedachten naar Golgotha om daarna ook voluit Pasen te kunnen vieren.
Bij het verhaal in Johannes 1 dat de Heilige Geest in Jezus komt past heel treffend Gezang 172 : 4:
Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd dat is de Geest aanvaarden die naar het leven leidt de mensen niet verlaten Gods woord zijn toegedaan dat is op deze aarde de duivel wederstaan.
Natuurlijk weten we dat wel….
Niemand bereikt zo maar de top in een bepaalde sport. Dat is zelfs meestal een lange weg met veel opofferingen en zelfdiscipline. Eigenlijk begint iedereen eerst onderaan de ladder. En dan begint het direct al serieus… met elke week een aantal uren trainen. Wie een paar keer zonder reden verstek laat gaan op de training, wordt afgevoerd. Want zo iemand kunnen ze in de club niet gebruiken… nee. Pas door jarenlang heel serieus te trainen en je levensstijl (!!!) er op af te stemmen bereik je wat in de sport. Daarbij is de trainer ook een uiterst belangrijke figuur. Hij kan de club maken of breken. De trainer inspireert de clubleden en brengt ze in de vereiste vorm. Ook probeert hij een bepaalde sportieve team geest te kweken.
Wel… je geloof heeft ook training nodig. Het is een ernstige vergissing als je denkt dat je op dit gebied wel vanzelf iets presteert. Wanneer je niet geregeld aandacht aan je geestelijke vorm besteedt, zak je al spoedig af….
Het begint al jong… dat je ook in het geloof niet zonder dagelijkse training kunt. Daarbij heeft de eigenaar van déze club – de Here Jezus – voor ons ook een trainer geregeld die ons dagelijks wil inspireren en onze conditie op peil wil brengen en houden. Die Trainer is de Heilige Geest. Hij maakt in feite je geloof. Hij brengt de groep, de Kerk in vorm… met de juiste trainingsmiddelen en methoden… de wapenrusting van God! Die heb je altijd weer nodig… zeker ook nu met die duivelse vijand van het coronavirus, die elke training probeert te voorkomen….máár er zijn tegenwoordig zo heel veel dingen die voor je verhinderend, verslavend kunnen zijn.
Zoals bijvoorbeeld dat gamen je vijand wordt en de trainingen verprutst. Ja…. Daarom: doe Gods wapenrusting aan, zodat je als het moet je vijand kunt weerstaan.
Daarom: omgord je met de waarheid en pantser je door telkens te doen recht, zodat je weerbaar wordt en stand houdt in ’t gevecht. Je voeten onvermoeid voor vrede in de weer, zó moeten ze zijn geschoeid met ijver voor de Heer. Je schild is, dat je God vurig en vast gelooft, zodat je, wanneer het echt moet, het vuur van Satan dooft. De helm van het behoud die om je slapen sluit, dat is het heil van God, de kracht tot zaligheid.
Zó sta je dan gereed, strijdvaardig elke wedstrijd weer en je weet: mijn zwaard om te winnen dát is Gods Woord!!! En bidt dan door de Geest voortdurend voor elkaar tot God, die de harten leest, dat Hij ons wel bewaart. Aldus Efeziërs 6: 10 – 17.
Zónder de Heilige Geest zakt ons geloof al gauw in elkaar. Dan worden we geestelijke slappelingen. Ja… je moet trouw op de trainingen komen. Dat betekent: je moet je leven met behulp van de Heilige Geest dagelijks open stellen voor je Heer en Heiland Jezus Christus… het vlees geworden Woord van God, zegt de bijbel van Hem. Door Hem ben je als “clublid” onvergelijkbaar duur gekocht en betaald. Hij zette heel Zijn leven voor je in!!!
Met behulp van de Heilige Geest je dagelijks open stellen voor de Heer mét Gods wapenrusting … biddend ook en luisterend ook eerst naar Zijn Woord, dáár gaat het om in je leven… anders word je helaas op den duur geroyeerd.
Ds. K. de Graaf.
Erkenning I
Erkent, dat de HERE God is. (Psalm 100 : 3a)
In Psalm 100 wordt de vreugde over de eredienst bezongen. Die mag er zijn in het huis des Heren, in het heiligdom. De dienst van God vindt wel heel in het bijzonder plaats, daar, waar zijn Naam wordt verkondigd. Samenkomen in de naam van God, dat wil zeggen: naar de betekenis van die Naam horen, aan de zegen van die Naam je overgeven, op de drager van die Naam je vertrouwen stellen, naar het gebod,
dat in die Naam ligt opgesloten je leven richten… En dit alles in het beeld van de kudde, die de Herder toebehoort. De lofprijzing vat de betekenis van de Naam zo samen: Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt! Erkent, dat de HERE God is…
Hij zorgt voor ons als de Goede Herder voor zijn schapen. Juist hierop dient de lofzang te klinken, ook nu nog, eerst en vooral in de kerkdiensten, opdat zij erediensten zijn! Als de lofprijzing niet klinkt, is er de stilte van de dood. Zou het volk, dat God zich in Jezus Christus ten eigendom gemaakt heeft, niet zingen? Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal mijn lof verkondigen! Zo wordt dat ons via de profeten, zelfs vanuit de ballingschap nog op het hart gebonden. De HERE is onze God! Gelukkig maar!
Korte geschiedenis van de zondag
Vanaf het begin hebben christenen de zondag als “Dag des Heren” gevierd. Volgens de Joodse kalender gebeurde Jezus’ opstanding op de dag na de sabbat, dus op de eerste werkdag van de week. Bij Marcus heet het: op de eerste dag van de week kwamen zij in alle vroegte naar het graf, toen net de zon opging (Marcus 16 : 2). Vanzelfsprekend was de zondag nog geen officiële vrije dag. Het was een werkdag net als de andere; de christenen kwamen vroeg in de ochtend bijeen, voor het werk begon. De wekelijkse bijeenkomst werd al spoedig het teken waaraan men de christenen herkende. Van de eerste christengemeenten wordt in de Handelingen van de apostelen gezegd: zij hielden vast aan de leer der apostelen en aan de gemeenschap, aan het breken van het brood en aan de gebeden (Handelingen 2 : 42). Niet toevallig heet het Griekse woord voor kerk “ekklesia”, dat is: bijeenkomst. Vanwege hun samenkomst op de zondag waren de christenen al vroeg – en in diverse landen tot nu toe – aan vervolging en discriminatie blootgesteld. Zo werden al in 304 in de buurt van Carthago 49 personen ter dood veroordeeld, omdat ze tegen het bevel van de keizer in voor de eredienst bijeenkwamen. Gevraagd naar de beweegredenen van hun handelen gaven zij ten antwoord: omdat de eredienst van de Here niet achterwege mag blijven, omdat zo het gebod luidt: wij kunnen niet leven zonder de dag des Heren te vieren.
Zondag als vrije dag werd in 321 door de Romeinse keizer Constantijn per decreet uitgevaardigd. Maar pas in de middeleeuwen zette zich de zondagsrust door. Het woord zondag is afgeleid van het Latijnse diës solis, dit is de dag van de zon. De Romeinen wijdden deze dag aan hun zonnegod. De christenen namen het woord over, en gaven er de betekenis aan: Christus, zon van gerechtigheid, Christus, licht van de wereld. Op de zondag, de dag des Heren, vieren de christenen telkens de dood en de opstanding van hun Heer Jezus Christus. Voor hen werd het geen zondag….
Eens kwamen onder een grote boom de dieren samen, omdat ook zij een zondag wilden hebben, zoals de mensen. De koning van de dieren verklaarde: dat is heel simpel; als ik een gazelle opeet, dan is het voor mij zondag. Het paard zei: een groot stuk land, waarop ik uren kan uitrennen, dat is voor mij zondag. Her varken knorde: lekker in de modder rollen en een zak eikels opeten, dat is voor mij zondag. De luipaard gaapte en bedelde: ik heb een dikke tak nodig om te slapen, wil het voor mij zondag zijn. De pauw stapte fier rond, liet zijn prachtige veren zien en zei beleefd maar zeer pertinent: een set nieuwe staartveren, dat is voor mij zondag. Zo vertelden de dieren urenlang en alle wensen werden vervuld. Maar het werd geen zondag. Toen kwamen de mensen voorbij en lachten de dieren uit: ja, weten jullie dan niet, dat het alleen zondag wordt, als je met God spreekt als met een vriend? (Naar een Afrikaanse sage).
Erkenning II
Kom, laat ons de Heer met gejubel begroeten,
Juichen wij toe de rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren.
Een machtige God immers is de Heer,
Koning is Hij over alle goden.
De aarde ligt uitgespreid in zijn hand,
aan Hem behoren de toppen der bergen.
De zee is van Hem, Hij heeft haar gemaakt,
zo goed als het land,
door zijn handen gevormd.
Kom, laat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem, die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde (Psalm 95 : 1 – 7 )
Ds. K. de Graaf.
Vakantie….Vrij!?….God
Hoera! Denk je als je vakantie krijgt. Lekker kunnen doen wat je wilt. Want in de vakantie ben je vrij van school… van (huis)werk… van morgen vroeg op… van elke keer van alles moeten.
Maar ook vrij om meer aan jezelf toe te komen, om meer aan je sport of hobby te doen, om samen met de anderen thuis iets te ondernemen, om vakantiewerk te doen, om in actie te komen voor het één of ander en zelfs misschien wel voor de één of ander. Vrij zijn is leuk. In de vakantietijd heb je de vrijheid, niet waar? En vrijheid is: Kunnen gaan en staan waar je wilt.
Maar ook: kunnen zeggen en geloven wat je wilt. Vrijheid is ook: vrij zijn van zorgen. Of zelfs: vrij zijn van schuld. Zomertijd, vakantietijd, vrijheid, blijheid, vinden veel mensen… Maar dat betekent niet dat vrijheid nu grenzeloos is. Dat alles kan, wat je maar wilt. Nooit… ook niet in de vakantietijd… mag de vrijheid van de één leiden tot onvrijheid van de ander. Vrijheid is vrijheid binnen bepaalde grenzen. Vrijheid gaat nooit zonder verantwoordelijkheid.
In heel radicale bewoordingen maakt de Here Jezus zijn leerlingen – en dus ook ons – dat duidelijk in Matthëus 18 : 1 – 11. Daarbij waarschuwt Hij ook heel ernstig… recht op de mens af… voor de verleiding tot zonde en veroordeelt Hij uiterst streng degenen die anderen verleiden, die in bepaalde situaties zwak in de schoenen staan.
Zeg… wat doe jij, als je besloten had na je derde pilsje niet meer te drinken en je vrienden zeggen: ach joh, neem er nog één; doe niet zo ongezellig. Wat doe jij als iemand intiemer met je wil vrijen, dan jezelf eigenlijk wilt? Daarbij nu nog afgezien van de vraag: met wie vrij je eigenlijk, en doe je dat zomaar? Wat doe jij als iemand je wil overhalen om iets achter over te drukken? Wat doe jij als een bepaalde groep jongeren, waar je op dat moment deel van uit maakt in deze coronatijd iets gaat doen, wat je eigenlijk niet voor je rekening wilt nemen? Zeg… hoe sterk sta jij dan in je schoenen? Laat je je wel eens verleiden tot dingen, die je eigenlijk niet wilt, óf misschien gebeurt dat bij jou ook wel vaak?
Ja… wij mensen staan niet altijd even stevig in onze schoenen. Dat weten bijvoorbeeld de reclamemakers ook heel goed en ze spelen daar dan ook handig op in. Het vroegere tv-programma van Astrid Joosten, dat over reclame ging, heette ook niet voor niets “De Verleiding”. In je leven… of je nu nog jong bent of al oud geworden… moet je in de diverse situaties steeds weer kiezen. Ook in de zomer-, vakantietijd; ook als je vrij bent…
De apostel Paulus heeft in z’n brieven, die je in het Nieuwe Testament van de Bijbel vindt, ook veel over vrijheid geschreven en die zegt daarbij ergens
(1 Korintiërs 6 : 13) alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Je bent vrij. Alles kan. Maar niet alles is ten dienste van je zelf, van anderen, van de samenleving.
Kiezen is dikwijls moeilijk in allerlei situaties, maar de consequenties van je keus zijn vaak nog moeilijker. Je belooft bijvoorbeeld trouw aan een vriend of vriendin, máár je groeit in de vakantietijd uit elkaar. Moet je dan toch altijd met elkaar blijven optrekken? Of… als iemand je mee vraagt naar iets wat je heel erg trekt, op een avond, die je voor je vriendin had gereserveerd… Moet je dan die afspraak trouw blijven? Velen zeggen: afspraak is afspraak. Daar kun je niet meer onder uit. Als je eenmaal een keus gemaakt hebt, moet je daaraan vast houden. Anderen vinden dat overdreven. Je kunt toch van gedachten veranderen, niet waar? En toch wil iedereen graag op het “ja” van een ander kunnen bouwen. Je kunt heel boos worden als iemand “ja” zegt en “nee” doet. En het kan je behoorlijk ergeren als iemand iedereen naar de mond praat en geen eigen mening heeft. Soms word je ook voor een keus gesteld waarbij je altijd iemand moet teleurstellen. Als je “ja” zegt, lijkt het of je de één laat vallen; als je “nee” zegt, voelt een ander zich tekort gedaan. Nou kom er dan maar eens uit. Er wordt ook wel eens gezegd: je moet je aan de regels houden. Er gaat niets boven principes. Je hoeft dan niet bij alles na te denken. Maar zo simpel ligt het toch ook weer niet in het leven. Er is geen regel zonder uitzondering en van principes moet je af en toe toch afwijken. Soms denk je achteraf: ik heb het fout gedaan en je voelt je schuldig en je neemt je voor om je beter aan je woord te houden. Welnu, óók als je kiest voor het geloof, dan heeft dat consequenties. Je kiest dan namelijk voor een bepaalde levenshouding, in navolging van Jezus Christus de Heer: En wel voor de levenshouding met daarin Gods geboden als richtlijn voor je leven. Per definitie betekent dat in allerlei situaties niet voor iedereen altijd precies hetzelfde. Dat zie je, denk ik, ook wel om je heen. Maar wie oprecht gelooft, – jong of oud -, die blijft toch zoeken naar de goede antwoorden en de juiste keuzes in zijn of haar leven en die doet telkens weer opnieuw de Bijbel open, het Woord van God, om te horen wat daarin geschreven staat en die bidt om het werk, om de kracht van Gods Geest in je leven. Zo ook allen nog verder een goede zomer- en vakantietijd toegewenst!!!
Kracht van Boven….
Kort geleden overkwam me het…Terwijl ik zelf, denk ik, toch een behoorlijk goede conditie heb, regelmatig in touw ben door de stallen van onze paarden weer uit te moeten mesten, geregeld wandel en fiets met mijn hond – een Dobermann , en die heeft ook echt veel beweging nodig anders wordt ie chagrijnig/vals – en zo nu en dan ook eens samen met m’n echtgenote fiets….., dat ik op mijn “burgerfiets” in een behoorlijk tempo (dacht ik toch) huiswaarts trapte en dat ik toen werd ingehaald door een nog fittere zeventiger, een vrouw nog wel, die mij ogenschijnlijk ontspannen zomaar voorbijreed en langzaam maar zeker als een steeds kleiner stipje aan de horizon verdween.
Ik begon aan mezelf te twijfelen….(in het verleden toch waarschijnlijk een sigaartje teveel gerookt?)….was mijn gestel nu zo langzamerhand toch behoorlijk ondermijnd, doordat de jaren door tellen? Maar gelukkig “met het zweet toch enigszins voor de kop” viel toch nog het kwartje: deze dame speelde natuurlijk “vals”, zij reed op een elektrische fiets. Op zo’n mooie, duurzame fiets met een ingenieus mechaniek dat je ondersteunt en op snelheid brengt, maar waar je tegelijk ook zélf actief bij dient te zijn, wil het werken. En omdat het ambt van dienaar des Woords zich niet verloochende gingen mijn gedachten na deze ontdekking direct naar de Bijbel, waar de dingen eigenlijk precies hetzelfde werken. Immers – zo mochten we op en na Pinksteren al weer temeer ontdekken en ondervinden – de Here God biedt ons als het ware ook zo’n “elektrische fiets” aan: de kracht van de Heilige Geest, die ons leven ondersteunt, die ons voort draagt, op ongedachte wijze.
Psalm 103 kwam voorbij – de lievelingspsalm van wijlen mijn beppe/oma, wat heeft die in haar leven ook veel meegemaakt en aan geliefden verloren; over die psalm heb ik in haar afscheidsdienst jaren terug al weer (inmiddels heb ik ook voor haar vier kinderen, waaronder mijn moeder de rouwdienst moeten leiden) ook mogen preken. Psalm 103 waar staat: Hij (God) vernieuwt uw jeugd als die van een arend. Dingen in je leven, waardoor je als mens, soms ondanks of te midden van veel (en lees eens na wat er in Psalm 103 allemaal aan narigheid wordt genoemd) tóch op wonderlijke wijze weer voort kunt. In gedachten kwam ook Jesaja 40 : 31: Wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht, zij vliegen op als arenden, zij lopen, maar worden niet moe. Zij wandelen, maar worden niet mat. In de taal van onze tijd: Zij fietsen, maar worden niet moe. Bemoedigend! Er moet overigens wel bij bedacht worden: zo’n elektrische fiets werkt pas, als je er daadwerkelijk op gaat fietsen. Bij de Heilige Geest is het net zo. God geeft zijn Geest aan ons, maar zijn kracht kan pas doorwerken als ook wij “de elektrische fiets” op tijd voldoende laten opladen en de weg met Hem zoeken te gaan ….
Ds. K. de Graaf.
