Ootmoedigen gekroond
In Psalm 149 lezen we in vers 4 (vertaling Nederlands Bijbelgenootschap 1951): Hij kroont de ootmoedigen met heil. Psalm 149 is een lied vol feest. Het gaat om juichen en reidans en om jubelen en lof verheffing. Niet in de zin van: de bloemetjes buiten zetten. Zo van: er is eigenlijk geen reden om blij te zijn, maar we willen nu even niet aan alle narigheid denken; laten we onszelf maar eens even vergeten en eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen…
Nee, de reden is: God kroont de ootmoedigen met heil! Het woord kroon komt in de Bijbel veel voor. Vooral ook als het gaat om de houding die God aanneemt tegenover de mens die op Hem vertrouwt. De mens die zijn heil niet bij zichzelf zoekt, maar bij God. De mens die niet zichzelf sterk maakt, maar die juist in alle ootmoed – z’n eigen zwakheden kennend – daarom op God gericht is. De mens als levend vraagteken naar zijn Schepper en Onderhouder toe. Ja, die mens die wordt door God gekroond, wordt als het ware tot koning(skind) verheven. Die mens kan het leven aan en weerstand bieden aan bedreiging. Die mens gaat er niet onderdoor, ook al neemt de dreiging toe. God wil je geven de kroon van heil. God geeft heelheid. Zoals een wond zich heelt, zo heelt God de mens die in alle ootmoed zijn verwachtingen richt op de door Hem gegeven Heiland, Jezus Christus. Zo mogen wij ook in een wereld waarin her en der – dichtbij ook – en wellicht in eigen leven – heel veel pijnlijks loos is Anno Domini 2019 Kerst-, dat is Christusfeestvieren. De balans opmakend van dit voorbijgaande jaar weten we dan: Hij is ons loflied zeker waard. Zo wensen wij elkaar van harte ook veel heil en zegen toe in het komende jaar onzes Heren 2020.
Zingt verblijd, zingt verblijd,
lied’ren aan de Heer gewijd!
Laat aanbiddend ons herdenken,
wat Hij ons heeft willen schenken.
Wat Hij schenkt in eeuwigheid!
Ds. K. de Graaf
